Xenikos

T-Guard®

Xenikos ontwikkelt een experimenteel geneesmiddel, T-Guard®, gebaseerd op de werking van antilichamen. Het medicijn kan het immuunsysteem van patiënten resetten door snel en efficiënt ongewenste T-cellen te vernietigen. Het kan ingezet worden voor het behandelen van levensbedreigende afstoting na transplantatie.

 

Xenikos, kraamkamer van nieuwe medicijnen

Het Nijmeegse Xenikos ontwikkelt medicijnen die het immuunsysteem kunnen resetten, waardoor mensenlevens worden gered. Met steun van PPM Oost en Sanquin wordt het medicijn verder ontwikkeld en hopen directeuren Ypke van Oosterhout en Peter van Mourik dat Xenikos ‘een kraamkamer’ wordt voor nieuwe medicijnen.

Xenikos ontwikkelt het medicijn T-Guard. Hoe werkt T-Guard?
“T-Guard is bedoeld om ernstige afstotingsreacties te bestrijden bij patiënten die een transplantatie hebben gehad met bloedstamcellen afkomstig van een donor. Bij een dergelijke transplantatie bestaat het risico dat donor T-cellen (bepaalde immuuncellen) uit het transplaat de patiënt als ‘vreemd’ herkennen en vervolgens een afstotingsreactie op gang brengen, graft-versus-host disease (GVHD) genaamd. Wereldwijd ontwikkelen jaarlijks zo’n 5.000-75.000 patiënten een dermate ernstige vorm van GVHD, doordat de standaard behandeling met (hoge doseringen) steroïden niet voldoende werkt. Dit zorgt voor een levensbedreigende situatie. Al decennia wordt gezocht naar een adequaat medicijn. De middelen die nu worden toegepast, zijn onvoldoende effectief of schieten door. Ons middel ruimt op een snelle en effectieve manier volwassen T-cellen op, met een voorkeur voor de geactiveerde T-cellen die verantwoordelijk zijn voor de afstotingsreactie.”

In potentie hebben we iets heel moois in handen

Medicijnen die ernstige aandoeningen bestrijden, hebben vaak vervelende bijwerkingen. Hoe zit dat met T-Guard?
“T-Guard wordt met vier infusies in een periode van één week toegediend, waarna het weer snel uit het lichaam verdwijnt. Dit maakt dat het immuunsysteem niet langer dan nodig onderdrukt wordt en patiënten minder lang bevattelijk blijven voor infecties dan met de huidige middelen. Het mooie van ons medicijn is, dat we hiermee een instrument hebben dat het immuunsysteem op een snelle en veilige manier kan ‘resetten’. Dit betekent dat het ook ingezet kan worden bij andere ziektebeelden, zoals de afstoting van donor organen, bepaalde auto-immuunziekten en ter bestrijding van kwaadaardige kankercellen. In potentie hebben we iets heel moois in handen.”

Na je uitvinding en onderzoek in 1995 ben je lang bezig om het medicijn te ontwikkelen. Je bent al die tijd blijven geloven in je vinding. Waar komt die vasthoudendheid vandaan?
“Dat was een mix van zaken. Het is natuurlijk mijn eigen kindje. Als je begint met de proeven in het lab, wil je je ideeën richting de kliniek brengen. Dat is een uitdaging. Dan komt het moment dat je naast het bed staat en patiënten jouw middel krijgen. Ik was aangedaan toen ik voor het eerst oog-in-oog met een patiënt stond. Van de eerste zeven patiënten die ons middel kregen toegediend, heeft een patiënt het overleefd die anders zeker was overleden. Bij vier andere patiënten heeft T-Guard de GVHD tot stilstand had gebracht, maar was de aangerichte schade inmiddels onomkeerbaar. Deze resultaten hebben mijn motivatie enorm versterkt. We hebben sindsdien best moeilijke tijden gehad tijdens de verdere productontwikkeling, maar ik heb me er nooit bij willen neerleggen dat louter om economische redenen het uitzicht voor patiënten op dit middel zou verdwijnen.”

Ideeën richting de kliniek brengen, dat is een uitdaging

Welke les zou je andere onderzoekers willen meegeven, die hun medicijn op de markt willen brengen?
“Houd er rekening mee dat het traject veel langer duurt dan je van tevoren verwacht.  Er zijn gewoon processen die tijdrovend zijn, maar waar je doorheen moet. Geef niet op, ga door.
“Zorg daarnaast dat alle afspraken contractueel goed vast liggen. Daar heb ik zelf veel profijt van gehad. Enkele jaren geleden hebben we de rechten van T-Guard overgedaan aan het Belgische Henogen. Ik had destijds afgesproken dat de rechten terug zouden gaan naar de uitvinder als Henogen stopte met de ontwikkeling. Henogen veranderde van koers en stopte met de verdere ontwikkeling van T-Guard. Ik heb de rechten teruggekregen, al was daar uiteindelijk wel een rechtszaak voor nodig. Als die afspraak niet goed op papier was gezet, waren we nu alles kwijt.”

Voor de verdere ontwikkeling van T-Guard heb je Xenikos opgericht. Nadat je jarenlang alleen de kar had getrokken, heb je nu met Peter van Mourik een mededirecteur. Wat is daardoor veranderd?
Ypke: “Ik vind het veel leuker om het samen met Peter te doen. We hebben verschillende expertises die goed bij elkaar aansluiten. Wat mij betreft had dit veel eerder mogen gebeuren.”
Peter: “Overheden stellen heel veel eisen voor je een geneesmiddel op de markt kunt brengen. De expertise die je nodig hebt om daaraan te kunnen voldoen, is niet in een persoon te vatten. Als voormalig directeur van Sanquin Pharmaceutical Services heb ik veel bijzondere producten voorbij zien komen. Ik heb in die tijd ook geleerd wat je vooral níet moet doen om een geneesmiddel uiteindelijk op de markt te krijgen. Toen Ypke mij vroeg samen aan het businessplan voor Xenikos te schrijven, ben ik ook besmet met het ‘Xenikos-virus’. Ik geloof er heilig in dat we dit middel naar de kliniek kunnen brengen. Het voelt goed samen aan het roer te staan. We zijn complementair en kunnen goed samenwerken.”

Sanquin is voor ons een belangrijke strategische partner

De ontwikkeling van T-Guard wordt mede gefinancierd door PPM Oost, het Innovatie- en Investeringsfonds Gelderland en Sanquin Bloedvoorziening. Waarom zijn jullie als Xenikos met deze partijen in zee gegaan?
Ypke: “PPM Oost volgt de ontwikkelingen van Xenikos al heel lang. Nu hadden zij de mogelijkheid om erin te stappen. PPM Oost is niet alleen gericht op snel rendement halen. Zij zien ook de meerwaarde in de ondersteuning van regionale bedrijven. PPM Oost is een ervaren investeerder, die ons met adviezen goed kan ondersteunen. Daarnaast beschikt PPM Oost over een steeds groter wordend netwerk van bedrijven en co-investeerders in de life sciences.”
“Dat PPM Oost de laatste jaren meer investeert in de biotech,  is een goede, maar ook noodzakelijke stap. De ontwikkeling van deze groep medicijnen is kostbaar, maar het is in de vroege fase van medicijnontwikkeling steeds lastiger geld uit de markt te krijgen. Als overheid gerelateerde partijen als PPM Oost niet in dit gat stappen, kan de ontwikkeling van medicijnen als T-Guard stil vallen, omdat ze slechts voor een kleine groep patiënten zijn bestemd.”
Peter: “Ons oorspronkelijk businessplan ging ervan uit dat Sanquin als enige strategische partner in Xenikos investeerde. Uiteindelijk heeft de Raad van Bestuur van Sanquin als voorwaarde gesteld dat een klassieke investeerder meedeed omdat die, vanwege andere belangen, voor de zakelijke en commerciële bewaking zou zorgen. PPM Oost past in dat plaatje.”
Ypke: “Sanquin is voor ons een belangrijke strategische partner. Sanquin zorgt voor de productie van T-Guard en heeft daarnaast veel relevante kennis en het netwerk.”

Hoe zien jullie de toekomst van Xenikos?
Ypke en Peter: “De komende jaren is onze horizon de registratie van T-Guard als geneesmiddel voor GVHD, waardoor het standaard beschikbaar komt voor patiënten. Daarna willen we uitbreiden naar andere indicaties. Voor de verdere toekomst hopen we dat Xenikos een kraamkamer wordt, voor de ontwikkeling van soortgelijke producten. Die willen we dan richting klinisch onderzoek brengen, waarna grote partijen ze kunnen vermarkten.”

 

mr. P.J.E. Rhemrev (Pieter)
adjunct directeur / sectormanager
06 28 87 60 84