Bio-energie De Vallei

Biomassacentrale

Biomassacentrale Het totaaltraject Bio-Energie De Vallei omvat de gehele kringloop van duurzame energie: van inkoop voor warmteopwekking tot transport en distributie tot aan de afgiftepunten. Het project start met de bouw van een biomassacentrale in Ede.

Vuur brandt volop bij Bio-Energie De Vallei

Bio-Energie De Vallei uit Ede verwarmt via de verbranding van tuin- en snoeiafval op een duurzame manier een complete woonwijk en een zwembad. De fonkelnieuwe biowarmtecentrale is een particulier initiatief en gebouwd met financiering uit het Innovatie- en Investeringsfonds Gelderland (IIG), dat wordt beheerd door PPM Oost. De realisatie kostte jarenlang veel inspanningen, maar directeur Valentijn Kleijnen raast vol energie door naar het volgende duurzaamheidsproject.

Zo zit je als environmental manager van Vika uit Ede jarenlang in de kaas en zo ben je directeur van een biowarmtecentrale. De carrière van een kaasmaker kan raar lopen?
Bio-warmte De Vallei-directeur Valentijn Kleijnen: “Zo vreemd als het op het eerste oog lijkt, is het ook weer niet. Als environmental manager bij Vika was ik al jaren met milieu en duurzaamheid bezig. Zo is het idee geboren om op een duurzame manier energie op te wekken. Het was destijds de bedoeling die energie aan de woningen in de omgeving te leveren. Die energietransitie op het terrein van Vika bleek lastig. Jullie kunnen beter stoppen, kregen we te horen, jullie hebben meer verstand van kaas. Voor ons was er toen echter al geen weg terug. We werkten met goede partijen en enthousiaste mensen aan een pracht project. Opgeven was voor ons geen optie.”

Ik vind dat we met elkaar iets moeten doen om het broeikaseffect tegen te gaan

Aan de Dwarsweg in Ede staat inmiddels de fabriek van Bio-Energie De Vallei. Tijdens de start van de bouw werden jij en mede-initiatiefnemer Gé Zijerveld, eigenaar van Vika en Bio-Energie De Vallei, bewierookt vanwege jullie onverzettelijkheid. Hoe moeizaam is het project verlopen?
“Ik denk dat Gé en ik in al die jaren vier keer dachten dat het was afgelopen. Het dieptepunt was wel dat Nuon ons verraste met de mededeling dat ze niet ging investeren in de aanleg van de warmteleiding, die het warme water van de centrale naar de woonwijk Kernhem moet transporteren.

Ik heb vaak gehoord: Valentijn, dat gaat je niet lukken. Maar voor mij was het onmogelijk om los te laten. Als mensen zeggen dat ik moet stoppen, ga ik er nog harder tegenaan. Hoeveel beren je ook tegenkomt, er is altijd wel een weg om ze heen. Je moet gewoon goed zoeken. Zo kreeg ik van diverse kanten te horen, dat het kansloos was om naar de bank te stappen voor een investering in duurzame projecten. Voor mij het sein om de telefoon te pakken en de banken te gaan bellen. Uiteindelijk bleek dat er best mogelijkheden waren.”

Je bent al vijftien jaar environmental manager van Vika en nu ook al jaren druk met de bio-warmtecentrale. Wat heb jij met milieu en duurzaamheid?
“Het was een bewuste keus om milieukundige te worden. Ik vind dat we met elkaar iets moeten doen om het broeikaseffect tegen te gaan. Daarnaast groeit de wereldbevolking de komende decennia naar 9 miljard mensen. Dat levert problemen op voor de voedsel- en energievoorziening. Ik heb er na mijn studie ook bewust voor gekozen om werkzaam te zijn in een productiebedrijf, terwijl het gros van mijn medestudenten bij de overheid ging werken. Ik zag het niet zitten beleidsstukken te schrijven die vooral ten doel hadden om aan te tonen dat iets moeilijk kan. Adviesrapporten of vervolgonderzoek zijn namelijk vaak de belangrijkste oorzaak dat projecten vastlopen. Het klopt dat soms de techniek nog niet goed genoeg is. Maar als je het nu niet aanpakt, kan de techniek ook niet beter worden. Ik weet ook wel dat we over vijftig jaar op een andere manier duurzaam verwarmen dan via verbranding van biomassa. Maar is dat een reden om er nu niets mee te doen en te blijven wachten op de techniek van morgen?”

Zonder die investering had de fabriek er vermoedelijk nu niet gestaan

De provincie Gelderland heeft het Innovatie- en Investeringsfonds (IIG) met 100 miljoen euro, waarvan een groot deel is bestemd voor duurzame innovaties. Wat vind je daarvan?
“Ik vind het een goede zaak dat de provincie een dergelijke fonds heeft. Voor startende ondernemingen is het nu niet mogelijk duurzame projecten te realiseren zonder hulp van de provincie. Er is in de markt weinig bereidheid om enige vorm van financieel risico te nemen, terwijl je als duurzame ondernemer, zeker in het begin, veel geld nodig hebt om tal van hobbels te nemen.
Dat het fonds revolverend is en het geld niet als subsidie wordt verstrekt, vind ik ook een goede zaak. Je moet een deugdelijke business case hebben, anders heeft het ook geen zin voor de overheid om erin te investeren. Er zijn in het verleden genoeg voorbeelden van bedrijven die moesten stoppen op het moment dat de subsidiekraan dicht ging.”

PPM Oost heeft via het innovatie- en investeringsfonds Gelderland (IIG) geïnvesteerd in Bio-Energie De Vallei. Wat heeft die investering voor jullie betekend?
“Zonder die investering had de fabriek er vermoedelijk nu niet gestaan. De investering uit IIG was noodzakelijk om de banken over de streep te trekken voor de financiering van de transportleiding. We hadden de business case rond, maar zonder leiding konden we niets. Het plan alleen was voor de banken niet voldoende. Het probleem was onder meer dat we geen aantoonbare ervaring hadden, waardoor de bank het risico niet alleen aandurfde. Door de financiering van IIG kregen we de handen wel op elkaar.”

Wat wil je met Bio-Energie De Vallei nog bereiken?
“We zijn al bezig met de voorbereiding van een tweede ketel, zodat we meer partijen op een duurzame manier kunnen aansluiten. We hopen dit concept tevens op andere plekken in Nederland uit te rollen.

Daarnaast wil ik graag een eerste booststation bouwen op het kenniscampus in Ede. Dat heeft twee doelen: educatie en een boost voor een groter warmtenet. Leerlingen van de technische MBO kunnen aan de unit sleutelen, HBO’ers kunnen we leren hoe zo’n initiatief werkt en wat er voor nodig is om het op te starten. We moet aan de slag met duurzaamheid. Daar hebben we draagvlak voor nodig, maar we moeten ook mensen opleiden. Die unit moet er binnen vijf jaar staan.

Dat het vuur nu brandt in de eerste biowarmtecentrale in Ede, is echt een mijlpaal waar we veel energie van krijgen. Ik hoop ook dat we hiermee iets hebben bewezen en het vanaf nu wat gemakkelijker gaat.”

drs. J. Pauwels (Jemy)
sectormanager
06 46 39 00 78